Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
- de tussenbeschikking van 14 september 2023;
- de akte zijdens SHG van 26 oktober 2023;
- de akte zijdens [verzoeker] van 23 november 2023.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet van verzoeker centraal, alsmede de aansprakelijkheid voor schade die SHG heeft geleden door het handelen van verzoeker.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en dat verzoeker onrechtmatig heeft gehandeld door medische goederen via SHG te bestellen zonder vergoeding, waardoor SHG schade leed. De schade werd begroot op basis van artikel 6:104 BW Pro, waarbij de winst die verzoeker behaalde uit de onrechtmatige handelingen werd vastgesteld op €34.290,23.
Daarnaast werden onderzoekskosten van €23.854,02 toegewezen, aangezien het onderzoek noodzakelijk en redelijk was om de aansprakelijkheid en schade vast te stellen. Verzoeker werd veroordeeld tot betaling van zowel de schadevergoeding als de onderzoekskosten, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten.
De kantonrechter wees de verzoeken van verzoeker af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak werd op 12 januari 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en verzoeker is veroordeeld tot betaling van €34.290,23 schadevergoeding en €23.854,02 onderzoekskosten plus wettelijke rente.