Uitspraak
[eiseres/verzoekster], V-nummer: [V-nummer 1], eiseres en verzoekster (hierna: eiseres)
:[V-nummer 4]
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van een Syrische asielzoekster tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Eiseres stelt bijzondere individuele omstandigheden aan haar situatie ten grondslag, waaronder psychische problemen en mensonterende behandeling in Kroatië, en beroept zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië zich niet aan zijn internationale verplichtingen houdt of dat sprake is van fundamentele systeemfouten die haar overdracht aan Kroatië zouden verhinderen. De stellingen over mishandeling, detentie en psychische klachten zijn niet onderbouwd met medische of andere bewijsstukken. Ook is niet gebleken dat eiseres of haar gezin medische behandeling nodig heeft.
Verder is het aan eiseres om klachten over de Kroatische asielprocedure bij de Kroatische autoriteiten te melden, wat zij niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank bevestigt het interstatelijke vertrouwensbeginsel dat de staatssecretaris mag hanteren bij overdracht aan Kroatië. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak is beslist en er geen connexiteit meer bestaat. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.