ECLI:NL:RBDHA:2024:1200

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
NL23.26034 en NL23.26051
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening en veroordeling proceskosten in zaak tijdelijke bescherming

Verzoekers, samen met hun minderjarige kinderen, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris die hun recht op tijdelijke bescherming beëindigen per 4 september 2023. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 november 2023 samen met gerelateerde zaken.

De rechtbank heeft inmiddels uitspraak gedaan op de beroepen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling tegen verzoekers.

Omdat het beroep gegrond is verklaard, veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening wordt één punt toegekend, eveneens gewaardeerd op € 875,-. Deze hersteluitspraak vervangt de eerdere uitspraak van 4 januari 2024 zonder wijziging van de uitspraakdatum.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.26034 en NL23.26051

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoekers] ,

V-nummers: [nummers] ,
mede namens hun minderjarige kinderen
[naam 1]
[naam 2] ,
(V-nummers: [nummers] )
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. I. Petkovski),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

Procesverloop

Bij besluiten van 25 augustus 2023, respectievelijk 31 augustus 2023, (de bestreden besluiten) heeft verweerder aan verzoekers medegedeeld dat hun recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit), eindigt op 4 september 2023.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL23.26033 en 23.26050, op 28 november 2023 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.26033 en 23.26050, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van verzoekers.
De voorzieningenrechter stelt de proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875,-. Omdat het om samenhangende zaken gaat, wordt 1 punt toegekend voor het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening, met een waarde van € 875,- per punt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.R.E.J. Jansen, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze hersteluitspraak vervangt de inhoud van de uitspraak van 4 januari 2024, zonder wijziging van de uitspraakdatum.
De hersteluitspraak is bekendgemaakt op
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.