ECLI:NL:RBDHA:2024:1199
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling
Verzoeker, een Oekraïense vreemdeling, diende een asielaanvraag in op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB). De IND besloot hem geen tijdelijke bescherming toe te kennen omdat hij vóór de peildatum 27 november 2021 Oekraïne had verlaten. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om zijn verblijf en werk voort te zetten.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker aanvankelijk een verblijfssticker en een brief ontving waarin zijn tijdelijke bescherming werd verlengd, waardoor een redelijke verwachting is gewekt. Hoewel de IND stelt dat deze mededelingen geen vertrouwen scheppen, oordeelt de rechter dat dit niet evident is en dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
De rechter acht het spoedeisend belang aanwezig omdat verzoeker anders uit de gemeentelijke opvang wordt gezet en zijn werk niet kan voortzetten. Daarom wordt het besluit geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit van de IND geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar.