ECLI:NL:RBDHA:2024:11886
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid associatie met overheid door Al-Shabaab
Eiser, een Somalische nationaliteit, verzocht asiel in Nederland na bedreigingen van Al-Shabaab vanwege familiebanden met politieagenten. Hij stelde dat hij door zijn vader en broer, die politieagenten waren, door Al-Shabaab met de overheid werd geassocieerd en daardoor gevaar liep.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn familiebanden door Al-Shabaab wordt geassocieerd met de overheid. Hoewel eiser telefonische bedreigingen ontving, vond de rechtbank dat deze geringe indicaties onvoldoende waren om een gegronde vrees aan te nemen.
Verweerder had de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. De rechtbank benadrukte dat eiser geen overtuigend bewijs leverde dat hij de positie van zijn vader zou moeten opvolgen of dat Al-Shabaab hem actief zoekt. Ook het feit dat Al-Shabaab geen navraag deed bij zijn moeder versterkte dit oordeel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Terborg-Wijnaldum en griffier Harms op 5 juli 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als ongegrond.