ECLI:NL:RBDHA:2024:11835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid België
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft op 11 juni 2024 het beroep behandeld en beoordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België. Hoewel eiser stelt dat er ernstige tekortkomingen zijn in de Belgische opvangvoorzieningen en dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling, is hij er niet in geslaagd dit aannemelijk te maken met objectieve en actuele informatie.
De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 maart 2024, waarin is vastgesteld dat de tekortkomingen in België niet van dien aard zijn dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel moet worden losgelaten. Ook het aangevoerde nieuwsartikel uit januari 2024 verandert dit oordeel niet.
Daarom blijft het besluit van de staatssecretaris in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 26 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.