Uitspraak
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, het college
Stichting Stedelink, te Zoetermeer (belanghebbende).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland dat zijn handhavingsverzoek betreffende het renovatieproject Palenstein afwijst. Het handhavingsverzoek betrof vermeende strijdigheid met de Wet natuurbescherming (Wnb). De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 25 juli 2024.
Vaststaat dat belanghebbende is begonnen met werkzaamheden aan woonblok 8, wat niet overeenkomt met eerdere afspraken tijdens de zitting van 24 mei 2024. Dit wordt als onzorgvuldig beoordeeld, maar niet als illegaal. De voorzieningenrechter ziet geen indicatie dat de werkzaamheden in strijd zijn met de wet, mede omdat het college heeft toegelicht dat werkzaamheden aan de achterkant van het woonblok worden uitgesteld vanwege beschermde vogelnesten.
De opgelegde last onder dwangsom aan belanghebbende is gebaseerd op eerdere overtredingen van de ontheffingsvoorschriften. Verzoeker wilde ook het verhogen van de dwangsom en strafrechtelijke vervolging, maar de voorzieningenrechter acht dit niet noodzakelijk. Het college heeft voldoende gemotiveerd de hoogte van de dwangsom en kan deze bij toekomstige overtredingen verhogen.
De voorzieningenrechter concludeert dat er geen reden is om de werkzaamheden stil te leggen, de dwangsom te verhogen of strafrechtelijke vervolging in te stellen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen.