ECLI:NL:RBDHA:2024:11722

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
26 juli 2024
Zaaknummer
AWB 24/3258
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsprocedure

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin werd vastgesteld dat zij niet valt onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Na een beslissing op het bezwaarschrift heeft verzoekster geen beroep ingesteld. Vervolgens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is indien er een lopende beroepsprocedure is tegen het bestreden besluit. Omdat verzoekster geen beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift, ontbreekt deze procedure, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende beroepsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/3258

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juli 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], uit Nijeholtpade, verzoekster
V-nummer: [vnummer]
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

In het besluit van 22 januari 2024 (primaire besluit) heeft verweerder beslist dat verzoekster niet valt onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op 5 juni 2024 beslist op het bezwaarschrift van verzoekster.
Verzoekster heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het bestreden besluit. De voorzieningenrechter constateert dat tegen dat laatste besluit geen beroepsprocedure loopt. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B.A van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.