ECLI:NL:RBDHA:2024:11705
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Finland op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Finland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd omdat de overdrachtstermijn aan Finland op 1 augustus 2024 verstrijkt en de rechtbank niet binnen deze termijn uitspraak kan doen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de vereiste onverwijlde spoed aanwezig is.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of de overdracht leidt tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang in de gezondheidstoestand van verzoeker centraal staat en dat op basis van de ingediende medische stukken het beroep een redelijke kans van slagen heeft. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en wordt bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Finland totdat op het beroep is beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden overgedragen aan Finland totdat op het beroep is beslist.