ECLI:NL:RBDHA:2024:11694

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2024
Publicatiedatum
25 juli 2024
Zaaknummer
NL24.23042
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje

Eiser heeft op 10 december 2023 een asielaanvraag in Nederland ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft op 3 juni 2024 besloten deze aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Tegelijk met het beroep tegen dit besluit heeft eiser op 3 juni 2024 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank. De voorzieningenrechter heeft op 18 juli 2024 zonder zitting uitspraak gedaan.

De rechtbank oordeelt dat nu op hetzelfde moment een inhoudelijke uitspraak op het beroep is gedaan (zaaknummer NL24.23041), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.23042

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. N.A.P. Heesterbeek),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. Op 10 december 2023 heeft eiser een asielaanvraag in Nederland ingediend. Verweerder heeft op 3 juni 2024 besloten de aanvraag van eiser niet in behandeling te nemen, omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.
1.1
Tegen het bestreden besluit heeft eiser op 3 juni 2024 beroep ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft eiser op diezelfde datum de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
1.2
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.23041, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2024 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.