Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne te beëindigen. Dit besluit is genomen op 7 februari 2024. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro omdat de uitkomst kennelijk is.
De beroepschrift is ingediend op 8 maart 2024, wat buiten de wettelijke termijn van vier weken valt zoals bepaald in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank onderzoekt of de termijnoverschrijding verschoonbaar is, maar concludeert dat hiervoor geen gronden aanwezig zijn. Argumenten van eiser, waaronder prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie en het loyaliteitsbeginsel, worden door de rechtbank niet gevolgd.
Ook het beroep op een langere beroepstermijn van zes weken op grond van de Awb wordt verworpen omdat het bestreden besluit duidelijk onder het vreemdelingenrecht valt. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.