ECLI:NL:RBDHA:2024:11564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens ontbreken van beroepsgronden in vreemdelingenzaak
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 26 april 2024. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De kern van het oordeel is dat eiseres in het beroepschrift geen gronden van het beroep heeft vermeld, terwijl dit verplicht is volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. De rechtbank heeft eiseres een herstelmogelijkheid geboden om binnen vier weken alsnog de gronden te vermelden, maar eiseres heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Omdat eiseres geen reden heeft gegeven voor het verzuim, is er geen sprake van een verontschuldiging. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter M.W. de Jonge en griffier M.S.G. van der Werf op 19 juli 2024. Partijen kunnen binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift indienen met een verzoek om een zitting indien gewenst.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen van dit verzuim.