Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
Feiten
Rechtbank Den Haag
Eiseres is eigenaar van een BMW-auto waarop het Openbaar Ministerie (OM) en de arbeidsinspectie op 4 maart 2024 beslag hebben gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Eiseres heeft vervolgens een klaagschrift ingediend tegen het beslag, dat door de rechtbank Oost-Brabant ongegrond werd verklaard. Tegen deze beslissing is geen cassatie ingesteld.
In kort geding vordert eiseres de opheffing van het beslag, teruggave van de auto en een voorschot op schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de Staat. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar vordering tot opheffing van het beslag, omdat zij reeds gebruik heeft gemaakt van de beklagprocedure die voldoende rechtsbescherming biedt.
De vordering tot teruggave van de auto wordt afgewezen omdat het beslag blijft liggen. De schadevergoedingsvordering wordt eveneens afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld. De proceskosten worden aan eiseres opgelegd.
Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk in haar vordering tot opheffing van het beslag en haar overige vorderingen worden afgewezen.