ECLI:NL:RBDHA:2024:11415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en belangen kind
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2024 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege het ontbreken van toegang tot rechter en rechtsbijstand in Oostenrijk, en dat hij risico loopt op schending van mensenrechten bij terugkeer. Tevens voerde hij aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de kinderen van zijn partner in Nederland, en dat het besluit onevenredig hard is.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt. De detentie in Oostenrijk was kort en er is geen bewijs van systematische tekortkomingen. Ook is geen sprake van gezinsleden zoals bedoeld in de Dublinverordening, waardoor de belangen van de kinderen niet leiden tot een andere uitkomst. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.