ECLI:NL:RBDHA:2024:11414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring wegens zicht op uitzetting India
Eiser is op 13 mei 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2024 behandeld.
De rechtbank heeft eerst vastgesteld dat de maatregel tot 22 mei 2024 rechtmatig was, waarna alleen het voortduren daarna wordt beoordeeld. Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting meer is omdat de Indiase autoriteiten niet reageren op de aanvraag van een laissez-passer (lp). De rechtbank oordeelde echter dat er wel zicht is op uitzetting, mede omdat India recent lp’s heeft afgegeven en er een persoonlijke presentatie gepland staat.
Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende voortvarend handelt door regelmatig vertrekgesprekken te voeren en rappelleren bij de Indiase autoriteiten. Het beroep faalt daarom en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.