ECLI:NL:RBDHA:2024:11118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op gedeeltelijke weigering inzage politiegegevens ter bescherming derden
Eiser verzocht om inzage in persoonsgegevens die de politie over hem verwerkt. Verweerder verstrekte de meeste gegevens, maar weigerde inzage in één registratie om de rechten en vrijheden van een derde, vermoedelijk de ex-echtgenote van eiser, te beschermen.
Eiser betwistte deze weigering en stelde dat de derde geen bescherming behoeft omdat zij in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn en hij zich wil verdedigen tegen een vermeende lasterlijke aangifte. Verweerder overhandigde de geheime stukken aan de rechtbank onder geheimhouding, maar eiser gaf geen toestemming om deze stukken te bekijken.
De rechtbank kon daardoor niet toetsen of de weigering terecht was en ging ervan uit dat verweerder de weigering op juiste gronden baseerde. De rechtbank vond de motivering van verweerder toereikend en oordeelde dat het vermoeden van eiser over de identiteit van de derde geen reden is om de weigering te verwerpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter E.K.S. Mollen op 19 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van inzage in politiegegevens wordt ongegrond verklaard.