ECLI:NL:RBDHA:2024:11118

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juli 2024
Publicatiedatum
18 juli 2024
Zaaknummer
23/8547
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 WpgArt. 27 WpgArt. 8:29 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op gedeeltelijke weigering inzage politiegegevens ter bescherming derden

Eiser verzocht om inzage in persoonsgegevens die de politie over hem verwerkt. Verweerder verstrekte de meeste gegevens, maar weigerde inzage in één registratie om de rechten en vrijheden van een derde, vermoedelijk de ex-echtgenote van eiser, te beschermen.

Eiser betwistte deze weigering en stelde dat de derde geen bescherming behoeft omdat zij in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn en hij zich wil verdedigen tegen een vermeende lasterlijke aangifte. Verweerder overhandigde de geheime stukken aan de rechtbank onder geheimhouding, maar eiser gaf geen toestemming om deze stukken te bekijken.

De rechtbank kon daardoor niet toetsen of de weigering terecht was en ging ervan uit dat verweerder de weigering op juiste gronden baseerde. De rechtbank vond de motivering van verweerder toereikend en oordeelde dat het vermoeden van eiser over de identiteit van de derde geen reden is om de weigering te verwerpen.

Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter E.K.S. Mollen op 19 juli 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van inzage in politiegegevens wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/8547

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.W.M.P. Dijkers).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de gedeeltelijke afwijzing van zijn aanvraag om inzage in de persoonsgegevens die over hem worden verwerkt.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 16 november 2023 gedeeltelijk afgewezen.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder en [naam] namens verweerder. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft verzocht om inzage in de persoonsgegevens die verweerder over hem verwerkt. Verweerder heeft deze gegevens aan eiser verstrekt. Verweerder heeft inzage van één registratie geweigerd om de rechten en vrijheden van derden te beschermen. [1]
Wat is de relevante wet- en regelgeving?
3. Artikel 25 van Pro de Wpg bepaalt dat de betrokkende op verzoek recht heeft om uitsluitsel te krijgen over de verwerking van persoonsgegevens die hem betreffen.
In artikel 27, eerste lid en onder d, van de Wpg staat dat zo een verzoek wordt afgewezen als dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is om de rechten en vrijheden van derden te beschermen.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het er niet mee eens dat hem informatie over de desbetreffende registratie is geweigerd. Hij gaat ervan uit dat de registratie gaat over een aangifte die zijn ex-echtgenote tegen hem heeft gedaan. De derde is dan dus zijn ex-echtgenote en zij hoeft niet te worden beschermd. Zij zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure en zijn ex-echtgenote probeert alles om hem zijn kinderen te ontzeggen. De aangifte is pure laster waartegen hij zichzelf wil kunnen verdedigen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Verweerder heeft de aan eiser geweigerde stukken met toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht overgelegd. Eiser heeft de rechtbank geen toestemming gegeven deze onder geheimhouding verstrekte stukken te bekijken. Zonder inzage in deze vertrouwelijke stukken kan de rechtbank niet controleren of verweerder op juiste gronden geen inzage in de registratie heeft gegeven. De rechtbank zal er daarom van uitgaan dat verweerder kennisname van de registratie heeft geweigerd om de reden die hij heeft genoemd. Een ander oordeel zou tot gevolg hebben dat de rechtbank zonder beoordeling van de registratie ervan uit zou moeten gaan dat verweerder ten onrechte geen inzage heeft gegeven. Dat is niet aanvaardbaar.
6. Verweerder heeft ter zitting nader toegelicht dat kennisneming van de gehele registratie is geweigerd en dat, gelet op de herleidbaarheid tot de derde, ook gegevens als de incidentcode en registratiedatum niet zijn verstrekt. Wanneer een registratie slechts gedeeltelijk wordt geweigerd, worden die gegevens wel verstrekt. De motivering die verweerder voor de weigering heeft gegeven acht de rechtbank toereikend. De enkele omstandigheid dat eiser vermoedt om welke derde het gaat, wiens rechten met de weigering worden beschermd, maakt niet dat verweerder die grond niet aan de weigering ten grondslag heeft mogen leggen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg).