ECLI:NL:RBDHA:2024:11008

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juli 2024
Publicatiedatum
17 juli 2024
Zaaknummer
NL24.5950
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker diende op 14 oktober 2022 een asielaanvraag in waarop niet tijdig werd beslist. Op 16 februari 2024 stelde verzoeker beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Vervolgens heeft de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 21 februari 2024 de asielaanvraag ingewilligd. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de minister geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog de aanvraag te honoreren. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan in een dergelijk geval de rechtbank de bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van het beroep, dat alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen.

De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 12 juli 2024 zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5950

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 16 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 14 oktober 2022.
Bij besluit van 21 februari 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 12 juli 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.