Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland vanwege zijn weigering militaire dienst te vervullen in Azerbeidzjan. Hij stelde ernstige gewetensbezwaren te hebben tegen wapengebruik en deelname aan het leger. De minister wees zijn aanvraag af omdat niet was gebleken dat hij een reëel risico liep op vervolging of onmenselijke behandeling.
De rechtbank behandelde het beroep samen met dat van zijn ouders en concludeerde dat de bezwaren van eiser tegen de dienstplicht algemeen van aard zijn en niet voortkomen uit een diepgewortelde overtuiging. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer vervolgd zal worden wegens dienstweigering, mede gelet op het ambtsbericht dat alleen Jehova-getuigen worden vervolgd en dat het overgelegde document van het Azerbeidzjaanse Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs leverde.
De rechtbank oordeelde dat de minister het standpunt voldoende had gemotiveerd en dat eiser geen nieuwe feiten had aangevoerd. De afwijzing van de asielaanvraag bleef daarom in stand. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.