ECLI:NL:RBDHA:2024:10909
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met het beroep op 5 juli 2024 behandeld.
De rechtbank heeft op 12 juli 2024 uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.