ECLI:NL:RBDHA:2024:10907
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing en gefaseerde terugkeer minderjarige naar moeder
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de grootouders moederszijde. De minderjarige verblijft momenteel niet bij de ouders vanwege eerdere problematiek. De moeder en vader hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De moeder bouwt het verblijf van de minderjarige bij haar rustig op, mede vanwege haar wisselende werktijden en de betrokkenheid van de grootouders.
De gecertificeerde instelling heeft aangegeven dat de opbouw van de omgang goed verloopt en dat de minderjarige binnen korte tijd volledig bij de moeder kan wonen. De moeder wil een snellere terugkeer dan de gevraagde zes maanden verlenging. De vader ondersteunt dit en benadrukt zijn betrokkenheid.
De kinderrechter stelt vast dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing nog aanwezig zijn, maar dat de situatie verbetert. Daarom wordt de machtiging verlengd met drie maanden in plaats van zes, met een concreet eindmoment waarop de minderjarige weer volledig bij de moeder zal wonen. Tevens is een brief aan de minderjarige opgesteld om hem op zijn niveau te informeren over de situatie en het belang van openheid en eerlijkheid binnen het gezin.
De beschikking is mondeling uitgesproken op 11 juni 2024 en schriftelijk vastgesteld op 3 juli 2024. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 29 september 2024 waarna de minderjarige volledig bij de moeder zal wonen.