ECLI:NL:RBDHA:2024:109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening ondanks betoog indirect refoulement
Eiseres, met de Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar de staatssecretaris wees deze af op grond van de Dublinverordening omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres voerde aan dat er een risico op indirect refoulement bestaat vanwege verschillen in het beschermingsbeleid tussen Nederland en Zweden, en dat bijzondere omstandigheden zoals bedreigingen door haar ex-echtgenoot en haar medische toestand een onverplichte aanhouding van de aanvraag rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zich deugdelijk heeft gemotiveerd en dat eiseres niet heeft voldaan aan de hoge bewijslast om aan te tonen dat het beschermingsbeleid in Zweden evident en fundamenteel verschilt van dat in Nederland. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat zij in Zweden niet beschermd zou worden tegen haar ex-echtgenoot of dat zij geen opvang zou krijgen.
Verder is geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen aanvullende garanties heeft gevraagd aan de Zweedse autoriteiten en dat de medische situatie van eiseres onvoldoende is onderbouwd om overdracht van onevenredige hardheid te rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.