ECLI:NL:RBDHA:2024:10878
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen maatregel bewaring vreemdeling wegens risico op uitzetting
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Algerijnse vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
Eiser betwistte de gronden van de maatregel niet, maar voerde aan dat het zicht op zijn uitzetting naar Algerije ontbreekt, omdat Algerijnse autoriteiten voor andere vreemdelingen geen laissez passer hadden afgegeven. De rechtbank oordeelde dat deze stelling onvoldoende onderbouwd was en dat de Algerijnse autoriteiten in principe meewerken aan uitzettingen.
De rechtbank concludeerde dat de gronden voor de bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn en dat het beroep ongegrond is. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.