ECLI:NL:RBDHA:2024:10867
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De eiser voerde aan dat het dossier onvolledig was en dat het verwijderingsbesluit niet meer van kracht was omdat hij rechtmatig verblijf zou hebben na terugkeer uit Roemenië.
De rechtbank stelde vast dat er geen voortgangsgesprek had plaatsgevonden op 2 juli 2024 en dat het ontbreken van een verslag hiervan geen onrechtmatigheid van de maatregel oplevert. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij zijn verblijf in Nederland daadwerkelijk had beëindigd en dat het verwijderingsbesluit nog steeds van kracht was. De door de minister genoemde zware en lichte gronden voor bewaring waren feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd mondeling gedaan op 8 juli 2024 en is bekendgemaakt op 9 juli 2024. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.