ECLI:NL:RBDHA:2024:10842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Luxemburg op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Syrische nationaliteit, heeft op 8 januari 2024 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Luxemburg volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Uit Eurodac-gegevens blijkt dat eiser op 27 mei 2022 al een asielaanvraag in Luxemburg heeft ingediend, waarna Luxemburg het terugnameverzoek heeft geaccepteerd.
Eiser betoogt dat zijn medische situatie, waaronder depressiviteit en suïcidale gedachten, onvoldoende is meegewogen door Luxemburg en dat hij daarom als bijzonder kwetsbaar moet worden beschouwd. Tevens stelt hij dat hij geen vertrouwen heeft in de Luxemburgse autoriteiten en dat hij vanwege persoonlijke banden in Nederland wil blijven. De rechtbank oordeelt dat er geen bewijs is dat overdracht naar Luxemburg in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen acute suïciderisico's vertoont en dat hij in Luxemburg adequate medische zorg kan ontvangen. Ook is niet gebleken dat de asielprocedure in Luxemburg systeemfouten vertoont die een uitzondering rechtvaardigen. De persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals zijn jeugdvrienden in Nederland, geven geen aanleiding om af te wijken van de Dublinverordening.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van verweerder in stand dat Luxemburg verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Luxemburg verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.