ECLI:NL:RBDHA:2024:10796
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteitsvereiste
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een EU-verblijfsdocument op grond van het Terugtrekkingsakkoord, welke door de minister van Asiel en Migratie op 22 februari 2022 is afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit is op 7 juli 2022 ongegrond verklaard. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bezwaarbesluit, maar dit beroep later ingetrokken.
Omdat het beroep tegen het bestreden besluit is ingetrokken, bestaat er geen lopende beroepsprocedure meer. Hierdoor wordt niet voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd als er een lopende beroepsprocedure is.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld. Tevens is vermeld dat de minister het bezwaarbesluit heeft ingetrokken en een nieuw besluit heeft genomen, waartegen een nieuw beroep en verzoek om voorlopige voorziening zijn ingesteld en inmiddels door de rechtbank zijn behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.A. Oudenaarden en griffier E.A. Ruiter op 11 juli 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende beroepsprocedure.