ECLI:NL:RBDHA:2024:1079
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verwijzing
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Bulgarije volgens de Dublin-verordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig met het beroep op 23 januari 2024. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van de staatssecretaris wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat nu de hoofdzaak (het beroep) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan in zaaknummer NL23.38442, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl op 1 februari 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.