ECLI:NL:RBDHA:2024:10703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser diende op 18 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder vroeg op 10 januari 2023 Italië om terugname van eiser op basis van de Dublinverordening, welke op 11 maart 2023 werd geaccepteerd. Nederland werd daarmee verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag vanaf 11 september 2023, zes maanden na acceptatie.
Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) had verweerder uiterlijk op 11 maart 2024 moeten beslissen op de aanvraag. Echter, door het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is, zijn de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend in 2023 met negen maanden verlengd. Hierdoor was de beslistermijn in deze zaak nog niet verstreken toen eiser een ingebrekestelling indiende.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was en dat daarom niet is voldaan aan de vereisten voor het instellen van beroep wegens niet-tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.D. Bijlhout en is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.