ECLI:NL:RBDHA:2024:10684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M.L. Wijnen
- M.H. DworakowskiKelders
- S.D.M. Michael
- Rechtspraak.nl
Rechtbank wijst beroep toe wegens niet tijdig beslissen op aanvraag asiel nareis en stelt beslistermijn vast
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, ingediend op 4 april 2023. De minister erkende dat de beslistermijn van 90 dagen, met mogelijke verlenging tot 180 dagen, op 3 oktober 2023 was verstreken. Na ingebrekestelling op 21 november 2023 en het verstrijken van twee weken zonder besluit, werd het beroep op 4 april 2024 ingesteld en door de rechtbank gegrond verklaard.
De minister verzocht om uitstel van behandeling van het beroep totdat de aanvraag aan de beurt is volgens het First in First Out (FiFo)-principe, wat zou betekenen dat de aanvraag pas in oktober 2024 wordt behandeld. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de wet dwingend voorschrijft dat bij overschrijding van de beslistermijn binnen twee weken een beslissing moet volgen, tenzij bijzondere omstandigheden een andere termijn rechtvaardigen.
De rechtbank erkent dat sprake is van een bijzonder geval vanwege de hoge instroom van nareisaanvragen en beperkte behandelcapaciteit, maar benadrukt dat dit geen structurele vrijstelling kan zijn. De rechtbank stelt een beslistermijn van acht weken na uitspraak vast, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is (het 8 + 12-wekenmodel). Tevens werd een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €7.500 en een bestuurlijke dwangsom van €1.442 vastgesteld wegens de overschrijding van de beslistermijn. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.