Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van 21 mei 2024 waarin zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken nadat hij op 3 juni 2024 een verklaring van vrijwillig vertrek uit Nederland had ondertekend waarin hij instemde met het intrekken van openstaande verblijfsprocedures.
Verzoeker verzocht de rechtbank om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen.
Omdat uit het dossier niet bleek dat de minister aan het beroepschrift tegemoet was gekomen, wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 8 juli 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de minister niet aan het beroep tegemoet is gekomen.