ECLI:NL:RBDHA:2024:10633

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juli 2024
Publicatiedatum
10 juli 2024
Zaaknummer
NL24.20397
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Handvest van de grondrechten van de Europese UnieArt. 3 EVRMArrest Hof van Justitie EU 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:219ECLI:NL:RVS:2023:3967
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Bulgarije ongegrond verklaard

Eiser, een Syrische staatsburger, diende op 8 april 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat uit Eurodac bleek dat eiser sinds 28 december 2023 internationale bescherming geniet in Bulgarije.

Eiser voerde aan dat de integratiemogelijkheden en toegang tot sociale voorzieningen in Bulgarije zeer beperkt zijn, verwijzend naar het AIDA-rapport en recente wetswijzigingen die de status kunnen intrekken bij niet-verlengde identiteitsdocumenten. De rechtbank stelde vast dat de verblijfsvergunning van eiser nog geldig is, waardoor de wetswijziging geen gevolgen voor hem heeft.

De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije niet door eiser was ondermijnd. Hoewel de situatie voor statushouders in Bulgarije slecht is, is er geen sprake van verregaande materiële deprivatie zoals bedoeld in jurisprudentie. Eiser had bovendien geen serieuze inspanningen verricht om zich in Bulgarije te vestigen.

Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.20397

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
de minister van Asiel en Migratie, daaronder mede begrepen haar rechtsvoorgangers, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij het besluit van 7 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser al internationale bescherming geniet in Bulgarije.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, de gemachtigde van eiser, [naam] als tolk, en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 1997 en heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft op 8 april 2024 in Nederland een asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat uit Eurodac is gebleken dat eiser sinds 28 december 2023 al internationale bescherming heeft in Bulgarije.
3. Eiser voert tegen het bestreden besluit aan dat in Bulgarije de mogelijkheden om te integreren beperkt zijn en dat de toegang tot sociale voorzieningen en gezondheidszorg zeer beperkt is. Hierbij wordt verwezen naar het meest recente AIDA-rapport. [1] Verder is wetgeving aangenomen waardoor de internationale status kan worden ingetrokken wanneer de identiteitsdocumenten niet binnen 30 dagen na het verlopen zijn verlengd. Hierbij wordt verwezen naar de brief van VluchtelingenWerk Nederland van 8 maart 2023.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Allereerst stelt de rechtbank vast dat ter zitting door de gemachtigde van eiser is medegedeeld dat diens verblijfsvergunning nog niet is verlopen en dat de wetswijziging derhalve nog geen gevolgen heeft voor hem. Deze beroepsgrond behoeft daarom geen verdere bespreking.
5. Eiser heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van Bulgarije niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De situatie is voor statushouders in Bulgarije weliswaar slecht, maar de situatie is niet zo ernstig dat er sprake is van ‘verregaande materiële deprivatie’ als bedoeld in het arrest Ibrahim. [2] De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van 1 november 2023 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). [3] De Afdeling overweegt daarin dat de Bulgaarse autoriteiten weliswaar nog steeds geen ondersteuning verlenen bij integratievoorzieningen aan statushouders, maar dat zij niet structureel op grote schaal en voor langere periodes het reële risico lopen dat zij daadwerkelijk geen toegang hebben tot fundamentele behoeften zoals wonen, onderdak, eten en zorg. De gevolgen van de
zero integration policyhalen de drempel van een reëel risico op schending van artikel 4 van Pro het Handvest [4] en artikel 3 van Pro het EVRM [5] niet. Het AIDA-rapport waar eiser naar verwijst laat geen wezenlijk ander beeld zien dan die is betrokken bij de uitspraak van de Afdeling en leidt niet tot een ander oordeel. Verder volgt uit eisers verklaring dat hij kort na het verkrijgen van internationale bescherming uit Bulgarije is vertrokken. [6] Uit zijn verklaringen blijkt dan ook niet dat hij serieuze inspanningen heeft verricht om zich in Bulgarije te vestigen en zijn rechten daar te effectueren. Gelet hierop mocht verweerder van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan ten aanzien van Bulgarije. De aanvraag is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 8 juli 2024 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Rapport van Asylum Information Database (AIDA), ‘Country Report: Bulgaria (2023 Update)’, april 2024.
2.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:219.
4.Handvest van de grondenrechten van de Europese Unie.
5.Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
6.Gehoor bescherming EU/EER, pagina 4.