ECLI:NL:RBDHA:2024:10627
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige arbeid
Verzoeker diende op 13 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie nam het primaire besluit op 14 juni 2022 om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Bij besluit van 15 augustus 2022 werd het bezwaar afgewezen. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit (zaaknummer AWB 22/5626). De rechtbank behandelde het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting op basis van de Awb.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is, aangezien in de hoofdzaak reeds uitspraak is gedaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt daarom afgewezen en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.