ECLI:NL:RBDHA:2024:10625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor arbeid in loondienst wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning
Eiser, een Marokkaanse nationaliteitdragende man, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid in loondienst. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, met name het ontbreken van een geldige tewerkstellingsvergunning voor zijn beoogde werkgever.
Eiser stelde dat hij met zijn Italiaanse verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene tot het prioriteitgenietend aanbod behoort en dat hij bijdraagt aan de Nederlandse economie. Daarnaast voerde hij zwaarwegende familieomstandigheden aan, waarbij hij zorg verleent aan zijn zieke zus en haar zoon. De rechtbank oordeelde echter dat op grond van de wet geen ruimte bestaat voor belangenafweging en dat de familieomstandigheden geen aanleiding geven tot een andere beslissing.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet ten minste één jaar legaal in Nederland heeft verbleven, waardoor voor zijn werkgever een tewerkstellingsvergunning vereist is. Aangezien deze vergunning niet is verkregen en de aanvraag daarvoor is afgewezen, is de afwijzing van de verblijfsvergunning terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een geldige tewerkstellingsvergunning.