ECLI:NL:RBDHA:2024:10594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag bij besluit van 28 mei 2024 af als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 2 juli 2024, samen met een verwante zaak (NL24.23169). Verzoekster was aanwezig met haar gemachtigde, evenals de minister met zijn vertegenwoordiger. Na afweging oordeelde de voorzieningenrechter dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.