ECLI:NL:RBDHA:2024:10588
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Staatssecretaris in proceskosten wegens niet-tijdige beslissing asielaanvraag
Verzoekster is op 3 april 2024 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Op 10 april 2024 heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen, waarna verzoekster haar beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde. De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
De proceskosten zijn vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de door verzoekster gemaakte kosten voor rechtsbijstand. De rechtbank kwalificeert het beroep als licht van gewicht, omdat het alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.D. Bijlhout, zonder dat partijen zijn uitgenodigd voor een zitting, omdat dat niet nodig werd geacht. Verzoekster kan binnen zes weken verzetschrift indienen als zij het niet eens is met deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet-tijdige beslissing op haar asielaanvraag.