ECLI:NL:RBDHA:2024:10378

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juli 2024
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
NL24.19238
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Portugal

Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op het feit dat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen, conform de Dublinverordening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 27 juni 2024 behandeld. Verzoekers waren aanwezig met hun gemachtigde en een tolk, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft bij uitspraak in de gerelateerde zaak geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet noodzakelijk is, waardoor het verzoek in deze zaak is afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.19238

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1] en [naam 2],

mede namens hun minderjarig kind,
verzoekers
V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. P. Zijlstra).

Procesverloop

Bij besluiten van 1 mei 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.19237, op 27 juni 2024 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde alsmede een tolk. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.19237, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.