ECLI:NL:RBDHA:2024:10346

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2024
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
NL24.19850
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:83 lid 3 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling

Verzoeker diende op 22 maart 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling, welke op 17 april 2024 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Tevens werd geoordeeld dat verzoeker geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 toekomt. Verzoeker stelde bezwaar in en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker momenteel in een hotel verblijft met opvang tot 6 juni 2024 en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daarna geen opvang kan regelen. Medisch advies gaf aan dat verzoeker astma heeft en bekend is met chronisch alcoholmisbruik, waarvoor hij niet onder behandeling is. De rechter vond onvoldoende onderbouwing dat zonder voorlopige voorziening een medische noodsituatie in Nederland zou ontstaan.

Daarom werd het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan zonder mondelinge behandeling en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.19850 (ordemaatregel)
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Diender).

Procesverloop

Bij besluit van 17 april 2024 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling afgewezen. Tevens is geoordeeld dat verzoeker niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verzoeker heeft hiertegen op 7 mei 2024 bezwaar ingediend. Tevens is een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
Bij brief van 3 juni 2024 heeft verzoeker verzocht om bij wijze van ordemaatregel te bepalen dat het verzoek wordt toegewezen.
Verweerder heeft op 4 juni 2024 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb ziet de voorzieningenrechter aanleiding om uitspraak te doen zonder de zaak op zitting te behandelen
Bij besluit van 9 mei 2023 is aan verzoeker uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw gedurende de periode van 7 april 2023 tot 7 april 2024 vanwege een alcoholverslaving.
4. Verzoeker heeft op 22 maart 2024 onderhavige aanvraag ingediend. Bij besluit van 17 april 2024 is deze aanvraag afgewezen. Verweerder heeft hierbij bepaald dat verzoeker een eventueel ingediend bezwaar en verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten.
5. Het COA heeft vervolgens het recht op Rva-verstrekkingen beëindigd. Verzoeker heeft op 3 juni 2024 het AZC in [plaats] verlaten.
6. Verzoeker stelt dat hij op dit moment in een hotel verblijft met behulp van het Rode Kruis. Deze opvang loopt tot donderdag 6 juni 2024. Het spoedeisend belang is gelegen in de toegang tot opvang en zorg die verzoeker vanwege zijn medische situatie nodig heeft. Verzoeker vraagt om een ordemaatregel te treffen en te bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit van 17 april 2024 worden opgeschort.
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er op dit moment geen reden bestaat tot het treffen van een ordemaatregel. Verzoeker verblijft in een hotel en heeft niet onderbouwd dat hij vanaf 6 juni 2024 geen opvang meer heeft of dit niet kan regelen. Uit het advies van Bureau Medische Advisering van 15 april 2024 blijkt dat verzoeker astma heeft en dat hij bekend is met chronisch alcoholmisbruik. Voor het alcoholmisbruik staat verzoeker momenteel niet onder behandeling. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker niet onderbouwd dat hij, gelet op zijn medische situatie, in Nederland terecht zal komen in een medische noodsituatie indien geen ordemaatregel wordt getroffen.
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. E.E.M. van Abbe, voorziegingenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
05 juni 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.