Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 8 juni 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en heeft beroep ingesteld, tevens aangemerkt als verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft tijdens de zitting op 17 juni 2024 vastgesteld dat eiser geen schriftelijke toelichting in een taal die hij verstaat heeft ontvangen over de maatregel, maar wel een informatiefolder in het Pools. Daarnaast is eiser mondeling met behulp van een tolk geïnformeerd over de motieven van de bewaring. Eiser had tijdig juridische bijstand en heeft direct beroep ingesteld.
De staatssecretaris baseerde de bewaring op zware gronden, waaronder het niet rechtmatig binnenkomen van Nederland en het onttrekken aan toezicht. De rechtbank oordeelt dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Het argument van eiser dat hij als Unieburger een vrije termijn had, wordt verworpen omdat hij niet heeft voldaan aan de verplichtingen uit de beschikking van 18 februari 2024.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen lichter middel volstaat, mede gezien het risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken. Medische omstandigheden zijn niet aannemelijk gemaakt. De ambtshalve toetsing leidt tot de conclusie dat de maatregel niet onrechtmatig is geweest. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.