ECLI:NL:RBDHA:2024:10291
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens vervallen noodzaak
Verzoekers hebben tegen de afwijzing van hun asielaanvragen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het bestreden besluit dateert van 9 april 2024 en betreft de afwijzing van de asielaanvragen als kennelijk ongegrond.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Op dezelfde dag is in een andere zaak (NL24.16525) uitspraak gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit.
Omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en er een uitspraak is gedaan, is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.