ECLI:NL:RBDHA:2024:10289

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juli 2024
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
NL24.14496
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 maart 2024, waarbij haar asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien de eerdere uitspraak van 29 mei 2024 in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL24.14495) waarin het beroep is behandeld, wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 2 juli 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.14496

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),
en
de minister van Asiel en Migratie, daaronder mede begrepen haar rechtsvoorgangers, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 29 mei 2024, zaaknummer NL24.14495, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 2 juli 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.