ECLI:NL:RBDHA:2024:1027
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, diende op 7 augustus 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk was voor de beoordeling, gezien een eerdere asielaanvraag aldaar. Eiser betoogde dat hij politiek gelieerd is aan de HDP, die in Turkije wordt onderdrukt, en dat Frankrijk HDP-leden niet als risicogroep erkent, in tegenstelling tot Nederland. Tevens stelde hij dat zijn relatie met een partner in Nederland bijzondere omstandigheden vormde.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de Dublinverordening en jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak. Er werd geoordeeld dat eiser niet had aangetoond dat er sprake is van systeemfouten in de Franse asielprocedure of opvangvoorzieningen, noch dat hij concreet risico loopt op indirect refoulement. Ook was de relatie met de partner in Nederland onvoldoende onderbouwd om de asielaanvraag in behandeling te nemen.
De rechtbank constateerde een kennelijke verschrijving in het bestreden besluit omtrent een vermeende Gülen-aanhangerschap, maar dit deed niet af aan de rechtmatigheid van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak biedt een duidelijke toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening en benadrukt de bewijslast bij indirect refoulement en systeemfouten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.