ECLI:NL:RBDHA:2024:10225
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De rechtbank stelde vast dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, wat een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker is meerdere malen schriftelijk verzocht om dit te herstellen binnen een gestelde termijn, maar heeft geen gronden ingediend.
Omdat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereisten en de gelegenheid tot herstel niet heeft benut, verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het verzoekschrift.