ECLI:NL:RBDHA:2024:10208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel
Verzoeker heeft beroep ingesteld omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel. Tijdens de procedure heeft de verweerder alsnog een besluit genomen op de aanvraag, waarna verzoeker zijn beroep heeft ingetrokken en proceskostenvergoeding heeft gevorderd.
De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 437,50, inclusief vergoeding van het griffierecht.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat dit in deze zaak niet noodzakelijk is. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en bekendgemaakt op 26 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50 wegens niet tijdig beslissen.