ECLI:NL:RBDHA:2024:10165
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinsleden. De staatssecretaris had echter al op de aanvraag beslist voordat het beroep werd ingesteld, waardoor het beroep niet-ontvankelijk was.
Verzoeker trok het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. Omdat het beroep niet ontvankelijk was, was er geen sprake van tegemoetkoming.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenveroordeling daarom als kennelijk ongegrond af en gaf geen aanleiding tot toewijzing van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.