ECLI:NL:RBDHA:2024:10150

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2024
Publicatiedatum
2 juli 2024
Zaaknummer
AWB 22/5634
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige

Eiser diende op 10 mei 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd bij besluit van 30 juni 2022 afgewezen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 22 augustus 2022.

Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit van 22 augustus 2022. De rechtbank oordeelde echter dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was omdat eiser in het beroepschrift geen gronden van het beroep had vermeld en ook geen kopie van het bestreden besluit had overgelegd. De rechtbank had eiser schriftelijk verzocht dit binnen vier weken te herstellen, maar dit is niet gebeurd.

Omdat eiser geen verontschuldiging voor dit verzuim heeft gegeven, kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen en verklaarde het niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet overleggen van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/5634

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 10 mei 2022 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’ ingediend. Bij besluit van 30 juni 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen.
Eiser heeft op 14 juli 2022 een bezwaarschrift ingediend. Tevens heeft eiser op 15 juli 2022 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft bij besluit van 22 augustus 2022 (het bestreden besluit) het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 22 augustus 2022. Omdat het beroep kennelijk-niet ontvankelijk is, doet de rechtbank op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat eiser geen kopie van het bestreden besluit heeft overgelegd. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
2. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: aangeven op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Ook moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijgevoegd worden. [2] Wanneer dit niet wordt gedaan, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [3]
Heeft eiser tijdig de gronden vermeld en een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift of een kopie van het bestreden besluit overgelegd. De rechtbank heeft eiser in haar brief van 23 september 2022 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Eiser heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld. Ook heeft eiser binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden en het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
4. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van S. Mohandes, griffier, op 20 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend
binnen zes wekenna de dag waarom deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
3.Artikel 6:6 van Pro de Awb.