ECLI:NL:RBDHA:2024:10148

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2024
Publicatiedatum
2 juli 2024
Zaaknummer
AWB 22/4422
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige

Verzoeker diende op 10 mei 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid als zelfstandige. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag bij besluit van 30 juni 2022 af. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Naar aanleiding van het bezwaar heeft de staatssecretaris op 22 augustus 2022 een beslissing genomen, waarmee het bezwaar is afgehandeld. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter overwoog dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat het bezwaar reeds is afgedaan, is er geen bezwaar meer aanhangig. Het verzoek werd daarom gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan tijdens een beroep bij de bestuursrechter. Omdat de rechtbank in een andere zaak reeds uitspraak had gedaan over het beroep, werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 20 juni 2024 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar reeds is afgedaan en het verzoek kennelijk ongegrond is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/4422

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] ,
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 10 mei 2022 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’ ingediend. Bij besluit van 30 juni 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker afgewezen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.
2. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb wordt het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
3. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer AWB 22/5634 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 20 juni 2024 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S. Mohandes, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.