Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juli 2024 in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. R.M. Rensing).
[bedrijfsnaam] B.V,. te [vestigingsplaats 2] (vergunninghoudster)
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn heeft verleend voor de bouw van 13 woningen. De vergunning was aangevraagd vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet en betreft een gebonden besluit. Na vaststelling van een geringe overschrijding van het bouwvlak bij de grootste woning heeft het college een herstelbesluit genomen, waarmee deze overschrijding is gecorrigeerd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende concrete gegevens heeft aangeleverd om te betwijfelen dat de bouwvlakken nu correct worden nageleefd. Ook is het standpunt van verzoekster dat het bouwplan strijdig is met het beeldkwaliteitsplan en de redelijke eisen van welstand niet gevolgd. Het college heeft terecht het beeldkwaliteitsplan buiten de toetsing aan het bestemmingsplan gelaten en zich mogen baseren op het aanvullende welstandsadvies, dat uitvoerig is gemotiveerd.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bouwplan voldoet aan de relevante wettelijke criteria en dat het bestreden besluit, zoals gewijzigd met het herstelbesluit, naar voorlopig oordeel in stand zal blijven. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Wel wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten en het griffierecht, vanwege de noodzaak van het herstelbesluit.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.