ECLI:NL:RBDHA:2024:10091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ingediend op 25 oktober 2022, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was. Verweerder verzocht Italië om overname, waarop Italië niet binnen de termijn reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid op 14 augustus 2023 bij verweerder kwam te liggen.
Op 27 september 2022 trad een besluit in werking dat de beslistermijnen voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren, met negen maanden verlengde. Dit besluit was ook van toepassing op de aanvraag van eiser, waardoor de beslistermijn nog niet was verstreken toen eiser de ingebrekestelling indiende. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en niet ontvankelijk.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en heeft de zaak zonder zitting behandeld. Gezien de prematuur ingediende ingebrekestelling voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12 Awb Pro en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.