Eiser, van Nigerese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland na bedreigingen in Niger vanwege zijn anti-corruptiewerk en verblijf in Togo. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat Togo als veilig derde land wordt beschouwd waar eiser toegang toe heeft.
De rechtbank toetste of Togo inderdaad als veilig derde land kan gelden. Hoewel Niger uit het Ecowas-samenwerkingsverband is gestapt, is formeel nog geen uittredingsperiode verstreken waardoor Togo verplicht blijft Nigerese onderdanen toegang te verlenen. Ook is Togo aangesloten bij internationale verdragen en kent het een nationale asielprocedure.
Eiser voerde aan dat hij geen verblijfsvergunning in Togo heeft en vreest voor zijn veiligheid, mede door politieke spanningen en zijn klacht tegen de regering. De rechtbank vond echter dat de staatssecretaris voldoende onderzoek heeft gedaan en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat eiser risico loopt op refoulement of onrechtmatige behandeling.
Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot een proceskostenvergoeding wegens te late beslissing.