Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2024:10057

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 mei 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
23/8257
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:1 Wajong 2015Art. 1a Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV is afgewezen omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam werd geacht. Zowel de primaire verzekeringsarts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerden dat verbetering van arbeidsvermogen mogelijk is, mede door lopende behandelingen.

Eiseres voerde aan dat zij vanwege sociaal-emotionele beperkingen, prikkelgevoeligheid en onbehandelbare trauma’s niet in staat is tot arbeidsparticipatie. De rechtbank achtte het onderzoek zorgvuldig en stelde vast dat de medische rapportages en het oordeel van de verzekeringsarts b&b voldoende onderbouwing bieden om het ontbreken van arbeidsvermogen niet als duurzaam te kwalificeren.

De rechtbank benadrukte dat de huidige systematiek niet de resterende verdiencapaciteit, maar het duurzaam ontbreken van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie bepaalt of iemand jonggehandicapte is. De noodzaak van intensieve begeleiding sluit het bestaan van arbeidsvermogen niet uit.

Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/8257 WAJONG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2024 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

gemachtigde: [gemachtigde] e.a.,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),verweerder
gemachtigde: R. van den Brink.

Procesverloop

Bij besluit van 26 april 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015) afgewezen.
Bij besluit van 25 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift met een rapport van de verzekeringsarts b&b d.d. 7 februari 2024 ingediend.
Eiseres heeft een aanvullend beroepschrift met medische stukken ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2024 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde, eiseres vader J[naam 1], eiseres begeleider [naam 2] en mevr. [naam 3]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.1
Eiseres, geboren op [geboortedag] 2002, heeft op 21 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wajong 2015.
1.2
Naar aanleiding van deze aanvraag heeft de primaire verzekeringsarts in de rapportage van 20 april 2023 geconcludeerd dat eiseres op haar achttiende verjaardag of tijdens haar studie vanwege onder meer haar beperkingen niet over voldoende basale werknemersvaardigheden beschikte. Het ontbreken van het arbeidsvermogen is echter nog niet duurzaam te achten.
1.3
Na overleg met de primaire verzekeringsarts, is de primaire arbeidsdeskundige tot de conclusie gekomen dat eiseres als gevolg van een zeer fragiel evenwicht nu over onvoldoende basale werknemersvaardigheden beschikt. Hij acht eiseres wel in staat om eenvoudige instructies te begrijpen, maar acht haar verminderd in staat deze te onthouden en acht haar eigenlijk niet in staat deze als zodanig uit te voeren in een eisenstellende omgeving. Dit omdat eiseres niet overweg kan met druk, prikkels, eisen vanuit de maatschappij, nieuwe dingen en sociale interacties. De primaire arbeidsdeskundige heeft daarbij evenwel geconcludeerd dat bij adequate behandeling enige verbetering kan optreden in het functioneren.
1.4
Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.
2.1
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heeft dossieronderzoek verricht en informatie van de behandelend sector bij het onderzoek betrokken. De verzekeringsarts b&b heeft geconcludeerd dat bij eiseres een ontwikkeling van arbeidsvermogen niet is uitgesloten, gebaseerd op informatie zoals onder meer gevoegd bij de aanvraag. Er kan daarom niet worden gesteld dat het ontbreken van arbeidsvermogen volgens Wajong 2015 criteria duurzaam is. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige b&b in zijn rapport van 6 oktober 2023 het standpunt ingenomen dat hij niet afwijkt van de conclusie van de primaire arbeidsdeskundige.
2.2
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.
3. Eiseres voert in beroep aan dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering. Zij stelt dat een arbeidzaam leven in wat voor vorm geen optie is vanwege haar sociaal-emotionele onvermogen (zich onder andere uitend in beperkte sociale vaardigheden en emotiedisregulatie), communicatieve onvermogen (zij kan alleen communiceren met voor haar bekende en vertrouwde mensen en kan bijvoorbeeld een vreemde niet om hulp vragen), haar grote prikkelgevoeligheid (prikkels worden niet gefilterd, dus komen voortdurend en via alle zintuigen binnen), sterk verminderde belastbaarheid (ze moet dagelijks de keuze maken wat zij die dag wel en niet kan doen, rekening houdend met haar energie- en prikkelniveau), angstklachten (de angst om buitenshuis aangesproken te worden zorgt er voor dat ze nauwelijks op pad kan) en onbehandelbare trauma’s (ontstaan in sociale context). Eiseres heeft daarbij een brief van behandeld psycholoog d.d. 30 november 2023 ingebracht.
4. Verweerder handhaaft in beroep het bestreden besluit. De verzekeringsarts b&b heeft bij zijn rapport van 7 februari 2024 in beroep gereageerd op de brief van de behandelend psycholoog.

Beoordeling

5. De rechtbank overweegt als volgt.
Juridisch kader
Ingevolge artikel 1a:1, eerste lid, onder en aanhef a, Wajong 2015 is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Op grond van het vierde lid van dit wetsartikel wordt onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.
In artikel 1a, eerste lid, Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten is bepaald dat de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
5.1
De rechtbank stelt vast dat partijen zijn verdeeld over de vraag of het ontbreken van het arbeidsvermogen duurzaam is.
5.2
De rechtbank is allereerst van oordeel dat het onderzoek zorgvuldig heeft plaatsgevonden. De primaire verzekeringsarts heeft over eiseres gerapporteerd. Hij heeft dossieronderzoek verricht en eiseres gezien op 20 april 2023. Ook de verzekeringsarts b&b heeft dossieronderzoek verricht en zijn bevindingen in het rapport van 12 september 2023 vastgelegd. Dit betekent dat verweerder zich op deze rapportages mag baseren.
5.3
De rechtbank overweegt ten aanzien van de basale werknemersvaardigheden als volgt. De verzekeringsarts b&b heeft aangegeven dat de ontwikkeling van arbeidsvermogen niet is uitgesloten, waardoor niet nu al kan worden gesteld dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. De instantie die eiseres begeleidt heeft aangegeven dat eiseres sinds oktober 2022 geen mogelijkheden heeft om te werken, maar in de toekomst onder gunstige omstandigheden wellicht een paar uurtjes kan werken. In reactie op de brief van de psycholoog van 30 november 2023, heeft de verzekeringsarts b&b ook aangegeven dat er geen overtuigende aanleiding is om te stellen dat verbetering is uitgesloten. Zo blijkt dat de traumabehandeling rondom datum van de brief van de psycholoog, pas enkele maanden van start is gegaan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee afdoende heeft gemotiveerd waarom volgens verweerder geen sprake is van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.
5.4
Naar het oordeel van de rechtbank doet hieraan niet af hetgeen eiseres heeft gesteld ten aanzien van haar traumabehandeling, begeleiding en behandeling voor ASS, en de verklaringen die ter zitting zijn gedaan. Hiermee is immers niet uitgesloten dat de basale werknemersvaardigen van eiseres kunnen verbeteren als gevolg van behandeling, zoals geconcludeerd door de verzekeringsarts b&b.
Anders gezegd, niet is uitgesloten dat de burn-out verbleekt en, met inachtneming van de beperkingen van eiseres, met traumabehandeling de belastbaarheid van eiseres verbetert en daarmee eventueel het arbeidsvermogen van eiseres. Het gegeven dat eiseres reeds vele vormen van behandeling heeft ondergaan zonder de gewenste verbetering, is gelet op de strenge criteria voor een Wajong-uitkering niet doorslaggevend.
6. De rechtbank merkt op dat in de geldende systematiek niet langer de resterende verdiencapaciteit, maar het duurzaam ontbreken van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) bepalend is voor de vraag of een betrokkene als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. De noodzaak van intensieve begeleiding onder de Wet langdurige zorg of voortdurend toezicht sluit het aannemen van arbeidsvermogen dan ook niet uit (Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 14 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1461).

Conclusie en gevolgen

7. Gelet op het voorgaande heeft verweerder kunnen concluderen dat geen sprake is van het duurzaam geen mogelijkheden hebben tot arbeidsparticipatie per datum in geding. Verweerder heeft terecht vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een Wajong 2015-uitkering.
8. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.G. Meeder, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Ince, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.