ECLI:NL:RBDHA:2024:10012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overname private schulden in toeslagenaffaire wegens niet-opeisbaarheid
Eiseres, gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, verzocht betaling van twee schulden bij een reisorganisatie onder de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister van Financiën weigerde deze schulden te betalen omdat zij niet voldeden aan de voorwaarden van de Wht, met name de eis dat schulden vóór 1 juni 2021 opeisbaar moeten zijn.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden door eiseres niet uit te nodigen voor een hoorgesprek, maar passeerde deze schending omdat eiseres haar bezwaren schriftelijk en mondeling voldoende heeft toegelicht. De schulden betroffen leningen waarvan één na 1 juni 2021 was ontstaan en de ander niet opeisbaar was vóór die datum, waardoor niet aan de wettelijke voorwaarden werd voldaan.
Eiseres voerde aan dat de schulden voortkwamen uit de problematiek rond de kinderopvangtoeslag en dat de regeling onvoldoende recht doet aan haar situatie. De rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor de opeisbaarheidseis en dat de regeling niet bedoeld is om alle financiële problemen volledig te compenseren, maar om gedupeerden een nieuwe start te bieden.
De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Wht en de beperkte ruimte voor afwijking via de hardheidsclausule.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot overname van de private schulden is ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan de opeisbaarheidseis van de Wht.